Archive for the ‘Internationale Politiek’ Category

electronisch stemmen

De electronische stemprocedure in België is qua betrouwbaarheid zo lek als een zeef. De mogelijkheid om te frauderen met de stem die op deze kaarten (foto) werd geregistreerd is reëel. Zeker voor een geheime dienst die daar het juiste personeel en materiaal voor inzet.

Het wordt steeds duidelijker dat zich overal ter wereld bij verkiezingen ‘onregelmatigheden’ voordoen. Noem ze maar fraude. Dat werd in 2004 en ook dit jaar vastgesteld bij gemeenteraadsverkiezingen in Lancashire [1], Birmingham [2], Bristol [3] en elders in Engeland [4]. Wat in deze klassiek voorbeeldige democratie kan gebeuren, is een betreurenswaardig specimen van fraude op het Europees vasteland.

Naar het voorbeeld van de memorabele Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2001, blijken ook bij ons stemmen via de post potentiëel het meest frauduleus te zijn [5]. Meer daarover blijkt uit dit onderzoek van het Brits Hooggerechtshof [6]— er wordt gesproken van genoeg fraude om een volledige verkiezing ‘te stelen’. Dat schijnt ook tot delen van de Britse regering door te dringen.

Andere departementen moeten echter in die fraude hebben meegespeeld. En daar knelt het schoentje.

Binnenlandse Zaken controleert normaliter de verkiezingsprocedure. Iedereen herinnert zich nog het débacle in de Italiaanse parlementsverkiezingen van 2006, toen ongetelde stembiljetten bij het vuilnis belandden. Voormalig Premier Berlusconi had toen stevig de teugels van de binnenlandse diensten in handen. Hoe kan het dat in Europa, in de bakermat van de democratie, zo’n fraude heerst? Hoeveel fraude speelt zich af buiten ons weten? En vooral: wie pleegt die fraude?

Verkiezingsfraude is niet zomaar een geïsoleerde kwaal van onze 21ste-eeuwe democratieën. De vervalsing gebeurt niet sporadisch of lokaal, door individuen of politieke partijen. Uit historisch onderzoek blijkt dat geheime diensten er systematisch in geslaagd zijn democratieën bij te sturen. Dit niet enkel in ‘bananenrepublieken’; het is een mythe dat westerse landen immuun zouden zijn voor grootschalige verkiezingsfraude. Toch kunnen we veel leren uit onderzoek dat gebeurd is van verkiezingsoperaties in landen waar de inmenging door de inlichtingendiensten duidelijk aanwijsbaar was. Lees bv. The Voting-Machine Industrial Complex, Demonstration Democracy

België is allerminst immuun voor stemvervalsing. De introductie van het automatisch stemmen doet daar weinig goed aan. Wat in het Belgisch stemhokje gebeurt is onomwonden boerebedrog: het afdrukken van een individueel confirmatiebiljet met je stem op laat wellicht een sussende bedoeling achter bij de stemmer, maar is totaal irrelevant op controlegebied. Want het hart van de fraude gebeurt vermoedelijk daarna, op een andere plaats: daar waar de stemmen uit de stemcomputers verzameld, daadwerkelijk opgeteld en vervolgens meegedeeld worden (gewoonlijk in het gemeentehuis). Dit optelsysteem is opvallend vatbaar voor inmenging. Omdat:

  • dat systeem volledig losstaat van de eigenlijke stemcomputers
  • dit procédé achter gesloten schermen gebeurt, afgeschermd van elke externe controle
  • het optelsysteem door partijdige adminstraties wordt gedaan.
  • Het totale gebrek aan transparantie, alsmede de partijdigheid van de verantwoordelijken van dat optelprocédé, kon ik persoonlijk gewaarworden als toezichter tijdens de federale parlementsverkiezingen van 2003. Nu de Belgische gemeenteraadsverkiezingen naderen graag de volgende herinnering… aan de onwettige gebeurtenissen van 18 mei 2003 in het optelbureau van Schaarbeek.

    In België wordt de hele stemketen, bij koninklijke wet, gecontroleerd door Binnenlandse Zaken. Onder het mom van ‘veiligheid’ wordt de stemoptelling helemaal onttrokken van extern, parlementair overzicht. Tijdens de verkiezingsdag van 18 mei 2003 nam ik dit persoonlijk waar als officieel afgevaardigde voor de groene partij Agalev in de gemeente Schaarbeek. Schaarbeek is één van de grootste kieskantons in België.

    Partijafgevaardigden werden niet toegelaten de telling te observeren: het was strikt verboden de kamers te betreden waar zich het telproces afspeelde. Waarom? Partijleden moesten simpelweg wachten op een blad papier met de vermoedelijke resultaten op.

    De aanwezige administratie, waaronder niet op zijn minst de zetelende rechter, waren zo ver verwijderd van enige neutraliteit als maar kon — victorie kraaiend bij het ‘lezen’ van de resultaten van de partij van hun voorkeur. Ik was stomverbaasd om te zien hoe duidelijke partijsympathisanten verantwoordelijk waren voor het tellen van de stemmen.

    Gelukkig is er een laatste hoop voor een partijgetuige om enige impakt te hebben op het stemsysteem: hij kan zijn opmerkingen laten noteren in een officiëel document, dat door de partij, indien gewenst, kan gebruikt worden om protest aan te tekenen en een hertelling te vragen. Dit officiële document is het zogenaamde Proces-Verbaal. Op het einde van deze heuglijke 18 mei weigerde de rechter het document op te maken.

    Deze verbazende weigering om het Proces-Verbaal op te stellen was niet enkel in overtreding met de correcte verkiezingsprocedure, het was kortweg frauduleus. Het PV is een fundamentele vereiste om de verkiezingsdag te legitimeren. Zonder het door de partijgetuige ondertekende document kan een politieke partij onregelmatigheden in de verkiezingsprocedure niet aanvechten. Maar de rechter weigerde met al haar macht om het document op te maken; ze weifelde, ze loog, ze deed alsof een officieus blaadje papier het Proces-Verbaal was, ze maakte aanstalten om het bureau onverrichterzake te verlaten…

    Waarom ? Het was duidelijk dat het PV ten allen koste moest vermeden worden. Toen ik uiteindelijk het partijhoofdkwartier van Agalev belde om versterking, wist de rechter niet beter dan politieagenten te bevelen me uit het gebouw te escorteren. Dit was een finaal en nogal schokkend bewijs dat er iets belangrijk verborgen werd, vermits niets zo’n ingreep kon wettigen.

    Uiteindelijk bleek dat de groene partij Agalev verpletterd werd in de Belgische verkiezingen. De ecologische partij verloor twee derde van haar kiespubliek en al haar zetels in het federaal parlement. Ook haar Waalse tegenhanger moest een significant verlies optekenen en werd van een invloedrijke politieke speler tot een kleine parlementaire partij gereduceerd.

    Net zoals in de V.S. stemmen Belgen voornamelijk via toetsschermmachines. De stemmers krijgen magnetische kaarten die in de gleuf van de stemmachine moeten worden gestoken. De kaarten registreren de stem, worden uit de machine gehaald en worden teruggebracht naar de lokale stembureaucomputer, die alle kaarten inslikt en schijnbaar hun resultaten op een floppy disk registreert. Na sluiting van het stembureau worden alle floppy disks van alle stembureau’s dan gecentraliseerd in het lokale gemeentehuis om er achter gesloten schermen behandeld te worden. Dit systeem, zo is in de Amerikaanse verkiezingen ruimschoots aangetoond, is opvallend vatbaar voor fraude.

    In de kleinere, landelijke streken waar met papier gestemd wordt, moeten stemresultaten per telefoon naar de (partijdige) centrale provinciegouverneur worden meegedeeld, die dan hun ‘correctheid verifiëert’ en het uiteindelijke resultaat aan de partijleden meedeelt. De keten van de stemoptelling is zo geperforeerd en ontransparant dat fraude simpelweg één van de onderdelen moet binnensijpelen om succesvol te zijn.

    Goede timing om de publieke opinie te beïnvloeden: de verkiezingen van 18 mei 2003 werden voorbereid door een vreemde poll in een conservatieve krant, zowat één week voor de stemdag. Plots, als bij donderslag, indikeerde deze De Standaard-VRT poll minder dan 5% van het stemaandeel voor Agalev (nl. 4,9%), op basis van een statistisch weinig overtuigende sample van een duizendtal opgebelden. Iedereen sprong op de kar om deze poll als bron van waarheid te bestempelen — slecht nieuws doet het immer beter dan goed nieuws. Dat alle andere polls voor de groenen tot boven de 8% hadden opgeleverd werd vlot vergeten.

    Een weekje later werden de verkiezingen gehouden en zakte Agalev inderdaad net onder de kiesdrempel. De partij moest het parlement en dus ook de regering verlaten. Het betekende het einde van een progressieve, linkse maar vooral groene Vlaamse partij in de Belgische politiek. Het jaar daarop, in de verkiezingen van 2004 voor de Vlaamse regering, klom Agalev op mirakuleuze wijze weer naar bijna 8% van de Vlaamse stemmen (7,6%). Zou je voor de Vlaamse parlementaire verkiezingen ook geen +/- 5% hebben verwacht? Hoe kon het dat de Vlaamse publieke opinie plots dubbel zo veel voor Agalev stemde dan de Belgische kiezers in 2005?

    Voor een persoonlijker toedracht verwijs ik u graag naar het volgende artikel op de VoorEva Website. Het bevat de uitwerking van de hypothese (voor mij een zekerheid geworden) dat de Staatsveiligheid inderdaad, onder Amerikaanse impuls, in België een propaganda-operatie tegen de groenen heeft op poten gezet, en vervolgens een verkiezingsfraude heeft georganiseerd. Met als doel zogenaamd extreem-linkse partijen uit de Westerse politiek te weren. Op 18 mei 2003 werd vooral Agalev daarvan het slachtoffer.

    Het is natuurlijk moeilijk te bewijzen, maar wie de lijn doortrekt kan enkel besluiten dat de Staatsveiligheid een dergelijke bijpassing kon forceren. We moeten goed begrijpen dat de Staatsveiligheid veel meer doet dan wat in de media terecht komt (en dat zijn dan meestal zogenaamde blunders). Er is de theatrale façade, en er is het echte vuile werk. Wie de geschiedenis van de illegale acties door de Staatsveiligheid erop na slaat, kan merken dat deze veiligheidsdienst zijn boekje telkens te buiten ging tijdens periodes waarin het gedomineerd werd door uiterst rechtse, conservatieve of streng neoliberale personen. En wie nog verder kijkt, weet dat deze verandering telkens werd uitgevoerd tijdens de regeringen Reagan-Bush (1981-1993).

    Overal ter wereld zorgden deze administraties ervoor dat ze voet aan huis kregen bij buitenlandse inlichtingendiensten. Het was hun toegangspoort om een lange reeks klandestiene operaties uit te voeren. Daarvoor werden veelvuldig personen geronseld voor wie de eigen ideologie primordiaal is, voor wie de eigen visie absoluut de enige juiste is. Personen die bereid zijn buiten de lijntjes te kleuren om deze visie politiek door te drukken en het democratische beslissingsprocédé even op koud ijs te zetten. Door gebeurtenissen die na 18 mei optraden, bleek dat er meer aan de hand was. Wanneer je dreigtelefoontjes krijgt en geschaduwd wordt, rest weinig twijfel dat een bepaalde officiële instantie bij de verkiezingen gemoeid moest geweest zijn.

    Advertenties

    Brussel, 23 januari 2007

    enron lay
    Verdachte overlijdens: Enron manager Glenn Baxter stierf door een vreemde zelfmoord, directeur Kenneth Lay (foto) overleed aan een zware hartaanval kort voordat hij zijn memoires zou gaan schrijven.

    In februari van 2001 riep Fortune Magazine Enron nog uit tot meest vernieuwend bedrijf in Amerika. Tot en met april boekte het vooruitstrevend bedrijf een gigantische omzet. Kort daarop werd Enron beticht van het artificiëel opwaarderen van de rekeningen. Een boekhoundige opsmuk had de bel aangebonden van een excessieve zwartmakerij in financiële dagbladen, waarbij zogezegd sprake was van een samenzwering tegen de eigen aandeelhouders. Door propaganda in artikels, boeken en documentaires trapte de pers in de val en riep men al gauw om het bloed van die steenrijke Enron-criminelen.

    Dat is het officiële verhaal.

    In werkelijkheid zat Enron met het Witte Huis in allerlei zaken verwikkeld en ging het bergaf toen Enron’s directeur Kenneth Lay, een sterk gelovig man, zich van die affaires begon af te keren. Het is immers opvallend dat Enron’s ondergang werd ingeluid kort nadat de top van het bedrijf uit de gunst viel bij het Witte Huis.

    Het onheil begon toen Enron’s bedrijfsleiders in april 2001 werden uitgenodigd op de zogenaamde Energy Task Force van vice-president Dick Cheney, officiëel het National Energy Policy Development Group, een inhoudelijk ultrageheime denktank waarin alle vertegenwoordigers van de westerse oliebedrijven bijeen kwamen met de Bush-administratie. Men zou kunnen zeggen dat hier de echte Amerikaanse buitenlandse politiek werd uitgestippeld.
    Door een lek van het Departement van Handel kwamen in 2003 documenten van deze groep vrij die kaarten bevatten waarop de olievelden van Irak, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten waren gemarkeerd [1]. Het is duidelijk dat de oorlogen die het Witte Huis sinds Elf September aan de wereld tracht te verkopen om het inpalmen van ’s werelds laatste oliereserves gaan. Vertegenwoordigers van bedrijven zoals Exxon-Mobil, Conoco, Royal Dutch Shell, en de Amerikaanse dochtermaatschappij van British Petroleum hebben voor de schermen altijd ten stelligste ontkend op deze groepsvergaderingen aanwezig te zijn geweest.

    Het lijkt aannemelijk dat de vertegenwoordigers van Enron niet voor deze imperialistische geopolitiek te vinden waren en dat het bedrijf daardoor uit de gunst gevallen is. De Bush-dynastie stak zijn eigen financier vervolgens een dolk in de rug — onder het mom van een heldhaftige strijd tegen de Amerikaanse witteboordcriminaliteit, maar in feite omdat Enron niet mee wilde werken en dacht het beter te weten. De Enron-top wist het niet beter, maar wist wel te veel, volgens het Witte Huis. De rancuneuze documentaire met titel ‘Enron, The Smartest Guys in the Room’, een videoreportage waarin de Enronleiding door het slijk wordt gehaald, draagt kenmerken van een CIA-propagandareportage.

    De later aan een plotse hartaanval overleden directeur Kenneth Lay deed tijdens zijn proces opmerkelijke doch terechte uitspraken: hij had het over een ‘overcriminalisering‘ van Enron om politieke redenen. Dat bleek te kloppen: tal van beschuldigingen aan het adres van de Enron-directie waren bij de haren getrokken, meer zelfs: het gros van de aanklachten tegen Kenneth Lay hielden verband met andere zaken dan Enrons boekhouding [2]. Verwonderd vroeg Kenneth Lay zich over zijn bedrijf af: “How did it fail and how did it fail so quickly?”. Hij noemde het “een complexer verhaal” dan wat aan de oppervlakte was gebleken, en hield — net zoals zijn collega Jeffrey Skilling — vol, dat de heksenjacht tegen Enron politiek geïnspireerd was geweest [3].

    Grote succesvolle bedrijven gaan niet zomaar overstag omwille van boekhoudkundige akkefietjes. Indien dergelijke bedrijven daarentegen niet in de pas lopen van de gevestigde politieke machten — meer bepaald hun contract verbreken met defensie of inlichtingendiensten — zal onheil zich vast en zeker op hun weg bevinden. Het Enron-scenario toont opmerkelijke gelijkenissen met het lot dat L&H was beschoren.

    ———————————–
    Lees ook
    Enron demise linked to Energy Task Force meetings?
    Ken Lay Info Articles